Is tijdsregistratie verplicht voor dierenartsen en assistenten?
Vanaf 1 januari 2027 wordt tijdsregistratie in België een algemene verplichting voor werkgevers. In dierenartsenkringen leidt dat tot een terugkerende vraag: moet ik straks de uren van mijn dierenartsen en assistenten registreren? Het eerlijke antwoord is dat dit de verkeerde vraag is. Of de verplichting voor jou geldt, hangt namelijk niet af van het feit dat er in je praktijk een dierenarts of een assistent rondloopt, maar van iets heel anders: werk je met personeel in loondienst, of niet?
In dit artikel ontwarren we de knoop. We leggen uit wat er in 2027 verandert, waarom je beroep niet bepalend is, en wat het concrete verschil is tussen een zelfstandige dierenarts en een praktijk met werknemers. Plus een nuance die specifiek voor de diergeneeskunde geldt en die veel praktijkhouders over het hoofd zien.
Wat verandert er in 2027?
Tot vandaag kent België geen algemene plicht om de gewerkte uren van personeel bij te houden. Registratie is op dit moment enkel verplicht in specifieke situaties, zoals bij deeltijdse werknemers met een variabel uurrooster of bij glijdende uurroosters, waar afwijkingen op het normale schema moeten worden vastgelegd.
Daar komt verandering in. In het begrotingsakkoord besliste de federale regering om vanaf 1 januari 2027 elke werkgever te verplichten de arbeidstijd van zijn werknemers te registreren met een systeem dat objectief, betrouwbaar en toegankelijk is. De verplichting geldt sector-overschrijdend, voor de hele private en publieke sector.
Die beslissing valt niet uit de lucht. Ze vloeit voort uit een arrest van het Europees Hof van Justitie uit 2019 (de zaak CCOO tegen Deutsche Bank), waarin het Hof oordeelde dat lidstaten werkgevers moeten verplichten tot een betrouwbaar systeem om de dagelijkse arbeidstijd te meten. Eind 2024 bevestigde het Hof die lijn nog eens uitdrukkelijk. De meeste EU-landen voerden zo'n verplichting al jaren geleden in; België is een van de laatste die volgt.
Belangrijk om te weten: op het moment van schrijven gaat het om een politieke beslissing waarvan de definitieve wettekst nog niet is gepubliceerd. Er ligt een voorontwerp van wet bij de Nationale Arbeidsraad, en de regering heeft herhaaldelijk aangegeven de regels zo soepel mogelijk te willen invullen. Een klassieke prikklok aan de muur is dus uitdrukkelijk niet verplicht: elk systeem dat aan de drie criteria voldoet, volstaat. De richting staat intussen wel vast. De vraag is niet of, maar wanneer en hoe.
De kernvraag: niet je beroep, maar je statuut
Hier zit de denkfout die veel praktijkhouders maken. De verplichte tijdsregistratie is geen regel over dierenartsen. Het is een regel over de relatie werkgever–werknemer.
De volledige logica van de wetgeving, van de Europese Arbeidstijdenrichtlijn tot de Belgische Arbeidswet, draait om het beschermen van werknemers: mensen die in ondergeschikt verband, onder gezag, tegen loon werken. Wie zelf werkgever is of als zelfstandige werkt, valt buiten die bescherming, want die bepaalt in principe zijn eigen werktijden en draagt zijn eigen ondernemingsrisico.
Dat betekent dat de juiste vraag voor jouw situatie niet luidt "ben ik dierenarts?" maar:
Stel ik in mijn praktijk iemand tewerk met een arbeidsovereenkomst?
Pas wanneer het antwoord daarop "ja" is, komt de registratieplicht in beeld. En dan maakt het niet uit of die werknemer een dierenarts, een dierenartsassistent, een receptioniste of een student is. Hieronder werken we de twee hoofdscenario's uit.
Scenario 1: de zelfstandige dierenarts zonder personeel
Werk je als zelfstandige dierenarts en heb je niemand in loondienst, dan geldt de tijdsregistratieplicht niet voor jou.
Dit is de meest voorkomende situatie bij solopraktijken en bij dierenartsen die als zelfstandige meewerken in een grotere structuur zonder eigen personeel. Je hebt juridisch gezien geen "arbeidsduur" in de zin van de Arbeidswet: je bepaalt zelf wanneer en hoe lang je werkt, en er is geen werkgever die jouw uren moet verantwoorden tegenover de inspectie. De Europese Arbeidstijdenrichtlijn en de nieuwe wet van 2027 zijn op jou dus niet van toepassing.
Concreet: een zelfstandige dierenarts die 60 uur per week draait, een nachtwacht doet of in het weekend opereert, hoeft daarvoor geen registratie bij te houden. Dat blijft zo, ook na 1 januari 2027.
Eén belangrijke kanttekening volgt in scenario 2 over de grijze zone: het moment dat je iemand aanwerft, of dat een "zelfstandige" medewerker in de praktijk als werknemer functioneert, verandert het plaatje volledig.
Scenario 2: de praktijk met personeel in loondienst
Heb je wél personeel in loondienst, dan val je vanaf 2027 volledig onder de verplichting. En dat geldt voor iedereen met een arbeidsovereenkomst in je praktijk:
- Dierenartsassistenten en veterinair technici in loondienst
- Onthaal- en administratief personeel
- Dierenartsen die je in loondienst aanwerft (een gesalarieerde collega-dierenarts)
- Jobstudenten, stagiairs en flexi-krachten
Voor de meeste van deze werknemers, zoals de assistent en de receptioniste, gelden de gewone regels van de Arbeidswet van 16 maart 1971: een standaard wekelijkse arbeidsduur (doorgaans 38 uur), regels rond pauzes, overuren en rusttijden. Loon- en arbeidsvoorwaarden vallen voor dierenartsenpraktijken in de regel onder Paritair Comité 336 (de vrije beroepen).
Wat moet je dan registreren? Minstens het aanvangs- en einduur van elke werkdag, de pauzes, en de eventuele overuren, zodat je op elk moment kunt aantonen dat de wettelijke grenzen gerespecteerd zijn. Voor de gesalarieerde dierenarts in je team geldt bovendien een bijzonder regime, en dat is precies waar de diergeneeskunde zich onderscheidt.
Het speciale arbeidsduurregime voor dierenartsen
Dit is de nuance die in algemene artikels over de wet van 2027 ontbreekt, maar die voor een dierenartsenpraktijk juist cruciaal is.
Dierenartsen waren oorspronkelijk volledig uitgesloten van de arbeidsduurregels: de Arbeidswet van 1971 liet de medische beroepen buiten beschouwing. Toen Europa daar via de Arbeidstijdenrichtlijn een stokje voor stak, kwam de wet van 12 december 2010 tot stand (in werking sinds 1 februari 2011). Die wet legt specifiek de arbeidsduur vast van dierenartsen, geneesheren, tandartsen en hun kandidaten en stagiairs in loondienst of in een statutair verband.
Voor een dierenarts in loondienst gelden daardoor afwijkende, ruimere grenzen dan voor een gewone bediende:
- Maximaal 48 uur per week, gemiddeld over een referteperiode van 13 weken;
- Een absolute bovengrens van 60 uur in elke afzonderlijke werkweek;
- Een werkperiode mag nooit langer dan 24 uur duren;
- Na een prestatie tussen 12 en 24 uur moet onmiddellijk een ononderbroken rust van minstens 12 uur worden toegekend.
Op het eerste gezicht lijkt dat een vrijbrief voor lange dagen. Maar het omgekeerde is waar wanneer het op registratie aankomt. Net omdat een gesalarieerde dierenarts wettelijk meer uren mag draaien, kun je het respecteren van die grenzen alleen aantonen als je de uren ook werkelijk bijhoudt. Hoe bewijs je dat een collega na een nachtwacht van 16 uur effectief 12 uur rust kreeg? Hoe toon je aan dat de 60 urengrens in een drukke week niet werd overschreden? Zonder registratie is dat onmogelijk hard te maken, en een overtreding wordt bestraft met een sanctie van niveau 2.
Voor een praktijk met wachtdienst, avond- en weekendconsultaties en occasionele 24-uursprestaties is tijdsregistratie dus geen administratieve last, maar het enige sluitende bewijsmiddel dat je je personeel binnen de wettelijke grenzen laat werken.
Let op het onderscheid: de gesalarieerde dierenarts valt onder dit speciale regime van de wet van 2010. Een dierenartsassistent is geen dierenarts en valt onder de gewone regels van de Arbeidswet. Beiden zijn werknemers, en beiden vallen dus onder de registratieplicht vanaf 2027.
De grijze zone: freelancers, jobstudenten en schijnzelfstandigheid
Tussen "puur zelfstandig" en "klassiek in loondienst" zitten enkele situaties die bijzondere aandacht verdienen.
Zelfstandige medewerkende dierenartsen. Werk je samen met een collega die als echte zelfstandige factureert (eigen aansprakelijkheid, eigen risico, vrijheid in de organisatie van het werk), dan valt die collega buiten de registratieplicht, net zoals jijzelf in scenario 1.
Maar pas op voor schijnzelfstandigheid. Wanneer een "zelfstandige" medewerker in de feiten als werknemer functioneert, dus met een vast opgelegd uurrooster, volledig geïntegreerd in jouw praktijkwerking, zonder eigen cliënteel of ondernemingsrisico, dan kan de sociale inspectie de samenwerking herkwalificeren als een arbeidsovereenkomst. Op dat ogenblik gelden met terugwerkende kracht álle werkgeversverplichtingen, inclusief de tijdsregistratie. Dit is een reëel risico in de sector, waar de grens tussen een zelfstandige associatie en feitelijke loondienst soms dun is.
Jobstudenten, stagiairs en flexi-krachten zijn werknemers en moeten dus geregistreerd worden, zonder uitzondering. Voor hen is een correcte registratie zelfs extra belangrijk, gezien hun beperkte en vaak variabele inzet.
Meewerkende partner. Werkt je partner mee in de praktijk, dan hangt het af van diens statuut: als zelfstandig helper valt die buiten de plicht, als werknemer eronder.
Wat betekent dit concreet voor je praktijk?
Heb je personeel in loondienst, dan kun je je vandaag al voorbereiden in plaats van straks onder tijdsdruk te moeten schakelen. De praktische stappen:
- Breng je situatie in kaart. Wie werkt er met een arbeidsovereenkomst? Voor wie houd je vandaag al iets bij, en hoe?
- Kies een systeem dat aan de drie criteria voldoet. Objectief, betrouwbaar en toegankelijk. Een papieren register of een Excel-bestand voldoet in de praktijk niet: beide zijn achteraf aanpasbaar zonder spoor en houden geen stand bij een sociale inspectie.
- Informeer je personeel en pas je arbeidsreglement aan. Tijdsregistratie raakt de privacy van je medewerkers, dus je moet hen informeren over welke gegevens je bijhoudt, hoe lang en waarom (een update van je GDPR-beleid en arbeidsreglement).
- Test en koppel met je sociaal secretariaat. Een tool die exporteert naar de formats van Acerta, SD Worx, Securex of Partena bespaart je dubbel werk.
Voor een dierenartsenpraktijk, waar het personeelsbestand klein is en de werktijden onregelmatig (wachtdienst, weekend, avond), werkt een eenvoudige digitale oplossing het best. Geen dure hardware, maar in- en uitklokken via de smartphone, met een onwijzigbare tijdstempel en automatische berekening van uren, pauzes en overuren. Belgische tools zoals TimeTic zijn specifiek gebouwd voor kleine werkgevers en sluiten naadloos aan op het regime van 2027. Wil je het volledige wettelijke kader nalezen, dan vind je bij hen een uitgebreide gids over de verplichte tijdsregistratie vanaf 2027.
Sancties bij niet-naleving
Wie als werkgever de regels niet volgt, riskeert reële gevolgen. De Directie Toezicht op de Sociale Wetten en de sociale inspectie kunnen onaangekondigd controleren. Bij inbreuken op de arbeidsduur, en in het bijzonder op het bijzondere regime voor dierenartsen, gaat het om sancties die per betrokken werknemer kunnen worden vermenigvuldigd.
Daarnaast verzwakt het ontbreken van een betrouwbare registratie je positie aanzienlijk bij een arbeidsongeval, een loon- of een ontslaggeschil. In al die gevallen zal men vragen naar bewijs van de gewerkte uren, en zonder audittrail sta je juridisch zwak.
Veelgestelde vragen
Ik ben zelfstandige dierenarts zonder personeel. Moet ik vanaf 2027 mijn uren registreren?
Nee. De verplichting geldt voor werkgevers ten aanzien van hun werknemers. Als zelfstandige zonder personeel val je buiten de Arbeidstijdenrichtlijn en de wet van 2027.
Ik heb één assistent in dienst. Geldt de plicht dan al?
Ja. Vanaf één werknemer met een arbeidsovereenkomst geldt de registratieplicht, ongeacht de functie van die werknemer en ongeacht de grootte van je praktijk.
Geldt het speciale arbeidsduurregime ook voor mijn assistent?
Nee. De wet van 12 december 2010 (48 uur gemiddeld, 60 uur absoluut, prestaties tot 24 uur) geldt voor dierenartsen, geneesheren en tandartsen in loondienst. Een dierenartsassistent valt onder de gewone regels van de Arbeidswet. Beiden moeten wel geregistreerd worden.
Mijn collega werkt als zelfstandige in mijn praktijk. Moet ik die registreren?
In principe niet, als het om een echte zelfstandige samenwerking gaat. Let wel op schijnzelfstandigheid: functioneert die collega in de feiten als werknemer, dan kan de inspectie de relatie herkwalificeren en gelden alsnog alle werkgeversverplichtingen.
Is een klassieke prikklok verplicht?
Nee. De wet vereist een objectief, betrouwbaar en toegankelijk systeem. Dat kan evengoed een digitale app op de smartphone zijn, zolang de gegevens kloppen en niet ongemerkt kunnen worden aangepast.
Volstaat een Excel-bestand?
Niet als bewijs bij een inspectie of geschil. Excel is manueel, achteraf aanpasbaar en zonder tijdstempel, en voldoet daardoor niet aan de wettelijke criteria. Een digitaal systeem met auditlog wel.
Hoe lang moet ik de gegevens bewaren?
De gangbare praktijk is minstens 5 jaar, in lijn met de verjaringstermijn voor sociale misdrijven.
Bronnen
- Hof van Justitie van de EU, arrest C-55/18 (14 mei 2019, CCOO / Deutsche Bank SAE) — legt de Europese registratieplicht vast.
- Richtlijn 2003/88/EG (Arbeidstijdenrichtlijn) — de Europese basisregels voor arbeids- en rusttijden.
- Wet van 12 december 2010 tot vaststelling van de arbeidsduur van de geneesheren, tandartsen, dierenartsen en hun kandidaten en stagiairs — FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (werk.belgie.be).
- Arbeidswet van 16 maart 1971 — de Belgische basiswet over arbeidsduur.
- FOD Werkgelegenheid — Arbeidsduur en rusttijden (werk.belgie.be).
- Berichtgeving over de geplande algemene tijdsregistratieplicht vanaf 1 januari 2027 (federaal begrotingsakkoord, voorontwerp van wet bij de Nationale Arbeidsraad).
Dit artikel is informatief en geen juridisch advies. De definitieve wettekst over de verplichte tijdsregistratie vanaf 2027 was bij publicatie nog niet bekendgemaakt. Voor je concrete situatie raadpleeg je best je sociaal secretariaat of een arbeidsrechtspecialist.